Door Bastianne Dokter, onze nummer 11

Toen ik uit huis ging, kende ik mijn buren niet. Burencontact was iets wat ik van huis uit niet had meegekregen. Misschien juist daarom besloot ik in het appartementencomplex waar ik ging wonen dat het anders mocht. Ik maakte er een missie van om mijn buren te leren kennen. Eerst de mensen op mijn galerij, daarna beneden op de begane grond en boven op de tweede verdieping. Gewoon kennismaken, een praatje maken, vragen hoe het ging.

Al snel hoorde ik persoonlijke verhalen. Over eenzaamheid. Over geldzorgen. Over dagen waarop niemand vroeg hoe het ging. Er was mijn buurvrouw, een alleenstaande vrouw die altijd te veel kookte. Er was een gezin dat vaak weinig te eten had. Er was de oudere man die zich vaak eenzaam voelde. En er was een gezin dat net gevlucht was en hun eerste huisje kreeg in ons complex. Sommige bewoners vonden dat spannend. Onbekend maakt immers onzeker. 

Wat ik voelde was verantwoordelijkheid. Niet iets wat ik alleen droeg, maar iets wat we samen dragen, want samenleven betekent ook samen zorgen.

Rond de feestdagen bedacht ik een eenvoudig initiatief: alles wat we uit kerstpakketten over hadden, konden we anoniem in de hal neerleggen. Wie iets nodig had, mocht het meenemen. Wie iets kon missen, mocht iets toevoegen. Het begon klein, maar wat er gebeurde, was groot. Buren die elkaar nooit hadden gesproken, raakten in gesprek. 

Toen bleek dat achter “spannend” gewoon mensen zaten. Mensen die hun leven opnieuw moesten beginnen, kinderen die hun plek zochten, het stel dat voor het eerst ging samenwonen. Buren die, als ze elkaar eenmaal aankeken, vooral nieuwsgierig bleken. 

Er ontstond iets in dat appartementencomplex; maaltijden werden gedeeld, mensen begonnen bij elkaar aan te kloppen als ze iemand een paar dagen niet hadden gezien, iemand kwam de buurman helpen met ramen wassen en het gevluchte gezin met de Nederlandse taal.

Dat is voor mij samenredzaamheid.

Vaak leren we dat zelfredzaamheid als ideaal wordt gezien, maar wat mij betreft is samenredzaamheid een eerlijker en menselijker uitgangspunt.

Samenredzaamheid betekent juist dat we erkennen dat niemand het alleen kan. Dat we onderdeel zijn van een netwerk van mensen om ons heen. Dat kleine acties verschil maken, en dat veel mensen wíllen helpen.

Maar laten we het ook helder benoemen: samenredzaamheid is geen zachte term. Het is een principiële keuze. De keuze om niet weg te kijken. Om verschillen niet te laten verharden. Om verantwoordelijkheid niet automatisch door te schuiven naar “de overheid”, maar die eerst samen te dragen.

In Leeuwarden zie ik hoe belangrijk dat is. In wijken waar eenzaamheid groeit. Waar inwoners worstelen met stijgende kosten. Waar nieuwe bewoners vaak nog onbekend zijn. Tegelijk zie ik hoeveel kracht er al is in buurten, dorpen en bij initiatieven als Sedrana en Quiet. Mensen die zich inzetten voor elkaar. Initiatieven die ontstaan vanuit betrokkenheid.

De vraag is niet of die kracht er is. De vraag is of we die kracht als gemeente voldoende vertrouwen en ondersteunen.

Want samenredzaamheid vraagt ook iets van de overheid. Niet dat zij zich terugtrekt, maar dat zij vertrouwen durft te geven. Minder dichtregelen wat mensen zelf kunnen. Meer ruimte maken voor wat er tussen mensen ontstaat, voor initiatieven die verbinden. Politiek die niet óver mensen spreekt, maar mét mensen.

Ik sta op de kieslijst omdat ik geloof dat deze manier van denken nodig is in onze gemeenteraad. Omdat ik heb gezien wat er gebeurt als mensen elkaar wél leren kennen. Als spanning plaatsmaakt voor gesprek. Als verschil geen scheidslijn wordt, maar een beginpunt van ontmoeting.

In mijn appartementenhal leerde ik dat samenredzaamheid niet begint bij regels, maar bij het eerste gesprek.

En misschien is dat wel de simpelste en belangrijkste politieke les die er is.